Geslacht:
vrouw
Naam:
Pietertje (Pita) Drent
Echtgenote van:
Willem Jan (Willy) Bouwman
Geboortedatum:
13-03-1935
Geboorteplaats:
Schiermonnikoog
Overlijdensdatum:
05-06-2023
Overlijdensplaats:
Schiermonnikoog

Pietertje Drent

“Neut ferjiet mien bennejieren, neut ferjiet mien memmetaal”

Heit Jacob en mem Riemke
De ouders van Pita, Jacob Drent en Riemke Ekema, ontmoeten elkaar op Schiermonnikoog. Jacob Drent wordt op 20 februari 1890 in Onstwedde geboren, in de Veenkoloniën, in een arm gezin. Als jongeman wordt hij geïnspireerd door de pacifistische Rein Leven Beweging. Hij weigert dienst en zet in een brief vanuit de gevangenis vurig zijn antimilitarisme uiteen: hij weigert een ander ‘mensch’ te doden en wenst geen ‘kanonnenvleesch’ voor hoge heren te zijn. Eenmaal op het eiland krijgen Jacob en zijn broer Harm algauw de bijnaam ‘de bolsjewieken’.
In 1919, na een opleiding aan een tuinbouwschool, vestigen Jacob en zijn broers Harm en Hero zich op het eiland. Jacob is weduwnaar: hij is in 1918 zijn eerste vrouw en baby verloren. Samen met Harm begint hij een moestuin op de plek waar nu de Inspecteur Boelensschool staat. Aan de Badweg, waar nu Vrouwe Jacoba is gevestigd, begint hij een groentewinkel. Ook verkoopt hij petroleum en rijdt hij gasten van en naar de boot voor hotel Van der Werff.
Pita’s moeder, Riemke Ekema, wordt geboren op 29 oktober 1902 in Holwerd. Haar vader is timmerman. Het gezin telt vier kinderen. Als haar broer Anne verdrinkt op zee is Riemkes vader ontroostbaar; hij sterft later van verdriet. Zijn weduwe, Betje Ekema, gaat met dochter Riemke op Schiermonnikoog wonen. Riemke werkt bij mensen in de huishouding; moeder Betje werkt als baker. Later werkt Riemke bij hotel Van der Werff en het oude Strandhotel. Ze trouwt met Jacob en naait in de nachtelijke uren kleding voor klanten en haar gezin. Haar zus, Pietertje Ekema, getrouwd met Wieger van de Geest, woont ook op het eiland. Wieger is timmerman. Zij hebben vier kinderen: Sijtje, Betty, Coba en Pieter.

Gebeurte en bennejieren fan Pita
Op 13 maart 1935 wordt Pietertje Jeichina [1] geboren. Ze noemen haar Pita, echt een nakomertje waarop niet meer gerekend was. Haar zus Betje is al 13 jaar en broer Klaas 10 jaar oud.

Ook haar bep, Betje-Bep, woont bij hen in huis. Er worden altijd grapjes gemaakt dat een sinaasappelkistje haar wiegje werd. Broer Klaas heeft net jonge konijntjes en wil ze bij haar leggen. Pita is 5 jaar als de oorlog uitbreekt. Ze herinnert zich vooral de ongerustheid van haar ouders over het lot van Betje en Klaas. Van beide kinderen horen ze lange tijd niets. Klaas vaart op een schip naar Zweden, vlucht vandaar naar Noorwegen en bereikt veilig Engeland. Betje en haar man Ben overleven het bombardement op de binnenstad van Nijmegen.

Pita’s heit laat bij het inleveren van de radio’s bij de Duitsers het apparaat ‘per ongeluk’ stuk vallen op de drempel van het gemeentehuis. Hij wordt vastgezet; de burgemeester weet hem echter na drie dagen vrij te krijgen. Pita herinnert zich hoe Klaas haar voorleest en dat ze haar eerste fiets van hem krijgt. Haar ouders werken allebei hard; Pita is graag en veel in het gezin van haar tante Piet.
Pita beleeft heel intens haar eilander bennejieren. Eindeloos spieljen in de dúnen. Zwemmen in de slenken op de kwelder, gymles op het hazenweitje, kaatsballen, klozummen. Ze gaat graag naar school, is leergierig en ambitieus. Heeft goede herinneringen aan juf Karst. Een jongen uit haar klas doopt eens de punten van haar lange vlechten in een inktpotje. Zelf was en blijft ze haar hele leven ondeugend. Op een keer binden ze naast een pension een vis aan de trekker van een toilet. Gierend van het lachen rollen ze door de steeg bij het horen van de verschrikte kreten.
Op repetitieavonden van de fanfare in de Schijf[2], nu het Wantij, gaat ze graag stilletjes zitten luisteren. Hopend dat ze haar vergeten, dat ze later op bed komt. Haar heit speelt de bombardon. Later vertelt ze graag verhalen aan de kinderen op de zondagschool. Pita houdt van dansen en speelt toneel bij de toneelvereniging. Ze helpt ook mee in de groentewinkel. Vaak moet ze bij alle vier bakkers in het dorp iets kopen om zo de klandizie te verdelen.

Mem stúer eeuwnferwachts
Nietsvermoedend komt Pita op 26 april 1950 thuis uit de ulo. Haar mem ligt op bed, in coma. Ze heeft een hersenbloeding gehad. Die nacht slaapt ze bij tante Piet en oom Wieger. De volgende dag komt heit haar vertellen dat mem is gestorven. Het sneeuwt als ze hand in hand over de Langestreek naar de Badweg lopen. Dit ingrijpende moment vormt een blijvend gemis. Het is ook het moment waarop Pita, net 15 jaar, noodgedwongen op haar eigen kracht moet gaan vertrouwen. Haar heit verliest voor de tweede keer in zijn leven zijn vrouw.

Haar broer Klaas, 25 jaar, is ver weg op zee en kan niet bij de begrafenis aanwezig zijn. Betje blijft met haar kinderen een paar maanden op het eiland. Sake van der Werff maakt een film van de begrafenis, die ze nog één keer als familie samen met Klaas bekijken.

Ferkering mooi Willy
In januari 1951 komt Willy Bouwman met zijn ouders op het eiland wonen, ze hebben namelijk pension Friso gekocht. Pita en Willy krijgen verkering die ruim zeventig jaar zou duren, tot Willy sterft op 20 september 2022. Pita wil onderwijzeres worden en staat al ingeschreven bij de Kweekschool in Nijmegen, maar het loopt anders. Haar heit kan moeilijk alleen zijn, heeft moeite de winkel en het huishouden draaiend te houden. Ook botert het slecht met de huishoudsters. Pita besluit haar opleiding af te zeggen om haar heit bij te staan.

Haar vader leert op het eiland een nieuwe vrouw kennen, Froukje van der Galiën. Zij trouwen op 3 januari 1932. Pita vindt het moeilijk om een andere vrouw naast haar vader te zien. Later krijgt ze echter een goede band met haar en wordt zij een heel lieve bep voor haar dochters. Froukje beleeft met Jacob, tot zijn dood in 1973, heel gelukkige jaren. Na het huwelijk van haar heit gaat Pita in Nijmegen inwonen bij haar zus, dier man en hun kleine kinderen, Riemke en Joris. Willy zit in dienst; tijdens zijn verlofdagen zijn ze altijd samen. De liefde groeit en op 28 april 1956 trouwen ze in het gemeentehuis. De boot vaart nog op het tij. Alle gasten logeren in pension Friso van Willy’s ouders. ’s Avonds trekken zeedampen door het dorp en vinden ze op de tast het ouderlijk huis van Pita aan de Badweg.

Mem fan trooi tochters
Willy’s werk als hoofdagent brengt hen via Steenwijkerwold, waar in 1958 Riemke Froukje wordt geboren, via Urk en Heelsum , waar in 1961 Geertruida (Trudy) wordt geboren, naar Renkum. Daar wordt in 1965 Jechina geboren. Het drei Mädelhaus is compleet. Pita zegt altijd over haar moederschap: ‘Ik heb jullie niet opgevoed, ik heb geprobeerd het goede voor te leven. Eerlijk en sociaal zijn, lief en goed voor anderen zorgen.’ Ze kan goed luisteren, met oprechte interesse, en zich goed inleven. De vier vrouwen in huis kunnen soms, tot wanhoop van Willy, enorm de slappe lach hebben.
Pita zingt graag en veel. Tijdens het strijken met de radio mee, maar ook eilander liedjes. Met Betje praat ze altijd eilanders. ‘Ik denk en droom in het eilanders’, zei ze altijd. Dat de taal dreigt te verdwijnen gaat haar aan het hart. Zij mist haar mem. Haar zus Betje is echter een grote steun voor haar. In Renkum neemt ze zwemles en haalt zwemdiploma’s, volgt lessen in vreemde talen, is gastvrouw bij inloopmiddagen voor ouderen en maakt op haar gymclub vriendinnen voor het leven. In de herfst, haar favoriete seizoen, mist ze op de droge Veluwe de zee en haar eiland het meest. In gedachten is ze dan weer in haar kamertje, in de nok van haar ouderlijk huis aan de Badweg.

Wierom nooi Ús Lytje Pole
Zodra Willy is gestopt met zijn werk gaan ze terug naar het eiland. In november 1989 gaan ze aan de Middenstreek wonen. Willy leeft zich uit op de moestuin. Pita gaat zingen bij Ús Ferdyverdaasje. Heerlijk zwemmen en bij de gymnastiek onder leiding van Annet. Samen met Willy maaltijden rondbrengen. En eindeloos wandelen en fietsen over het eiland. Oude vriendschappen bloeien op en met trouwe eilandgasten worden nieuwe hechte vriendschappen gesloten.
In mei 1991, Pita is 56 jaar, krijgt ze tijdens haar ochtendzwembaantjes in de Dûnatter een hersenbloeding. Ze is linkszijdig verlamd en ligt die zomer drie maanden op bed. Met haar ijzeren wilskracht en hulp van dokter Floor en Annet van der Meulen leert ze weer lopen. Dolblij is ze dat ze weer kan zwemmen, wat ze tot op hoge leeftijd blijft doen. Breien en borduren lukt niet meer met haar moeilijk aanstuurbare linkerhand. Ze geeft de wol weg en gaat meer lezen en puzzelen. Ze pakt het leven weer op. Haar linkerbeen moet ze altijd bewust aansturen. Ze is een heel lieve bep voor haar kleinkinderen en aanhang, die graag en met hun verhalen bij bep en beite komen.

Raste in it saun
De laatste levensjaren zijn niet altijd makkelijk. De kring rond hun huis wordt kleiner als fietsen en lopen moeilijker worden. Intens genieten zij nog samen van het uitje op 28 juni 2022 met de andere oudere eilanders naar de Balg.
Met Willy is Pita intens verbonden en onafscheidelijk. Als hij na een kort ziekbed op 20 september 2022 overlijdt, is het verdriet immens groot. Na een rouwperiode herpakt ze zich echter opnieuw. Ze voelt wel dat het verdriet niet minder wordt, maar groeit. Helaas leidt haar ziekte tot steeds meer lichamelijk ongemak. Haar dochters hebben bewondering voor de wijze waarop zij met een open en heldere blik haar laatste levensfase aangaat. Ze bereidt haar kinderen, hun mannen en de kleinkinderen voor op het afscheid. Moedig en niet bang om dood te gaan. Tot haar laatste dagen blijft ze echt een moeder en bep.
Haar wens om thuis te sterven komt op 5 juni uit, dankzij de betrokken, liefdevolle en warme zorg van de mensen van de Thuiszorg, dokter Bergwerf en haar dochter. Een paar dagen later komen de eitjes uit in het nest van de tortelduiven, in de vuurdoorn tegen haar huis. Pita wordt op 10 juni 2023 begraven op het dorpskerkhof, naast haar Willy, en in het graf van haar mem. Samen rusten ze nu in het eilander zand. De cirkel van haar leven is rond.

Bron: Jaarboek 2023

Gemeentelijke Begraafplaats Schiermonnikoog

De website is voor u gemaakt met behulp van vrijwilligers en mede tot stand gekomen dankzij een subsidie van de provincie Fryslân