Geslacht:
man
Naam:
Jan Steven Cloeck Beekhuis
Echtgenoot van:
Antonia Antoinetta van Boven
Geboortedatum:
07-02-1859
Geboorteplaats:
Nijland, Wymbritseradeel
Overlijdensdatum:
03-02-1939
Overlijdensplaats:
Schiermonnikoog
Type:
Graf
Grafrij:
16
Grafnummer:
8 (Monument)

Jan Steven Cloeck Beekhuis

 

 

Het is nu precies 100 jaar geleden dat mijn grootvader als huisarts op het eiland kwam wonen. Hij was een zoon van Willem Beekhuis, een huisarts uit Nijland, geboren op 7 februari 1859. Na zijn studie in Groningen in 1886 ging hij voor een jaar naar Beekbergen. Na dit jaar zou hij tien jaar als arts werkzaam zijn. Hij trouwde met Alida Maathuis en zij kregen drie zoons.

 

Het huwelijk liep mis, wat in die tijd een schande was. Hij heeft zich met nog een andere arts ingeschreven op de vacature die hier op het eiland was. De reden dat Dr. Beekhuis gekozen werd kwam voort uit het feit dat hij met ingang van heden kon beginnen, de andere had een opzegtermijn.

 

In de akte van aanstelling staat: Uit de notulen der vergadering van den Raad der gemeente Schiermonnikoog blijkt, dat Jan Steven Beekhuis de vergadering van den tiende juni 1899 is benoemd tot gemeentegeneesheer met ingang van 14 juni 1899 en wel op een jaarwedde van vijfhonderd gulden, f 700,- wordt door de Provincie betaald. De burgemeester was toen A. Bruins Slot.

 

Dr. Willem van Boven was 24 februari 1899 plotseling op 75-jarige leeftijd overleden. Zijn weduwe, Johanna Ritmeester bleef achter met haar twee dochters, Antonia Antoinetta (Toos) en Johanna (Han). Het eiland zat drie maanden zonder huisarts.

 

Dr. Beekhuis kwam met z’n moeder en zuster Klas(ke) hier naar toe. De familie van Boven woonde in een dubbel huis aan de Langestreek. Omdat het doktershuis nog verbouwd moest worden (het dak ging omhoog) trok hij met zijn moeder en zuster in het rechterdeel van het huis, de dames van Boven in het linker gedeelte. Hij trouwde 18 oktober 1900 met ‘Toos’ van Boven en zij gingen wonen in het huis naast Pathmos, de boerderij van de familie Visser. Op 8 augustus 1901 werd Akke geboren, zij trouwde later met de (waarnemend) arts Niek Lofvers. Op 21 juni 1904 kwam Jet, zij trouwde met de dominee Hans Dikboom. Hij heeft hier nog gewerkt en ze woonden in de nieuwe pastorie waar ze ‘Pax Intrantibus’ op de dakrand hebben laten schilderen. Op 3 april 1907 sloot mijn moeder de rij, Greta Johanna, genoemd naar haar tantes Griet en Han van Boven.

 

Elke ochtend om 8 uur ging mijn grootvader de tuin in, op klompen en in z’n oude slobberbroek. Een pet of oude hoed op ’t hoofd. Z’n tuin (de enige grote bloementuin van ’t eiland) was altijd zo mooi, dat de mensen zondags hun wandeling langs de tuin maakten om hem te bewonderen. Ook de grote moestuin aan ’t andere eind van het laantje gaf veel werk. Hij was een groot tuinliefhebber. Dat had hij geërfd van zijn vader, die ook arts was en in Nijland met z’n kassen en mooie tuin diverse prijzen had gewonnen. Na het werken in de tuin kwam hij precies om 10 uur terug, verdween dan in de slaapkamer en kwam er als een heer weer uit. Na een kopje koffie ging hij de praktijk in. In die tijd woonden er 650 à 700 mensen op het eiland.

 

Hij liep met wandelstok en een hoed op want hij was een echte heer. Als het hard woei hield hij z’n hoed vast met de ronding van zijn wandelstok. De mensen die hem nodig hadden wisten precies de route die hij door het dorp nam. Als hij langs kwam tikten ze tegen het raam en wenkten hem naar binnen. Bij oude mensen liep hij vaak zomaar even binnen om een praatje te maken. Alles deed hij te voet. Alleen patiënten uit de polder werden wel eens per fiets bezocht.

 

Als mijn moeder thuis was in de vakantie, wandelde zij ’s middags na de thee vaak mee naar de boeren in de polder. Hij wees haar dan, een kringetje trekkend met z’n stok, op de plantjes en bloemen, die ze tegenkwamen. Ook leerde hij haar de namen van de weidevogels. Na z’n ronde verdween hij in de apotheek, die hij in de serre had, om eigenhandig de poeiertjes te vouwen, pillen te draaien en drankjes te mengen. Er was een apart spreekuur voor badgasten en dit werd gehouden in de voorkamer, die ‘s  zomers ook als eetkamer diende.

 

Alle geboorten vonden plaats op het eiland, dat ging wel eens mis, maar Dr. Beekhuis en verpleegster Akke de Boer waren zeer bekwaam. Dag en nacht, dus 24 uur, waren ze beschikbaar. Ze werden gewaarschuwd door fietsers en hardlopers. Elke patiënt werd geholpen, geld of geen geld. Dat was onbelangrijk. Dit schreef Jan Jaski mij die in 1922 zijn tong heeft laten hechten door mijn grootvader nadat hij op de rand van een put was; gevallen. In het begin deed hij alles alleen, later liep zuster Akke de Boer mee om dan later te verzorgen en wonden te verbinden. Zo is de wijkverpleging hier ontstaan. Hij heeft ook geholpen met de geboorte van Ria Hooghart, dat was een zware bevalling hoorde ik.

 

Toen de tweeling Matroos werd geboren, Stien en Renske Gerda, wisten de ouders, na zes kinderen benoemd te hebben, geen namen meer en vroegen de dokter om raad. Hij heeft de meisjes hun naam gegeven. Zusje Neeltje stopte later een boon in haar neus. lachend vertelde ze mij het nooit meer te durven doen, zo streng had hij gekeken.

 

Johannes Kooistra had in zijn jeugd een arm verbrand en belde met zijn vader bij de praktijk aan. De dokter deed open en zei: “Kom morgen maar terug”. Toen de vader z’n voet tussen de deur zette, werden ze toch geholpen. Van 1 januari 1910 tot 1 maart 1924 was hij leraar aan de Zeevaartschool in scheepsgezondheidsleer en eerste hulp bij ongelukken, voor een jaarwedde van f 150,–.

 

Ook was hij één van de oprichters en aanvankelijk bestuurslid van de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer. In 1999 dus 100 jaar geleden.

 

Als ze ’s avonds uitgingen (kaartavondje, een avond van ”’t Nut” of van de fanfare waar hij een tijd directeur is geweest) dan namen ze een stallantaarn mee. Als dwaallichtjes zag je al die lichtpuntjes door het donkere dorp zweven. Er stonden wel olielantaarns die een kringetje licht rondom de paal gaven. Om 22.00 uur gingen ze uit.

 

Tot zijn dood in 1939 was hij ouderling van de Hervormde Kerk. Toen ze eens geen predikant hadden, was hij gevraagd op het Kerstfeest van de zondagsschool het Kerstverhaal voor te lezen. Hij las ‘Hegge Hannes’ voor, dit is altijd ons favoriete kerstverhaal gebleven. In de zomertijd hadden ze altijd kinderen in huis, waarvan de ouders met vakantie waren, als die zeelucht nodig hadden. Dat waren meestal kinderen van rijke boeren uit Groningerland.

 

Op 1 januari 1930 krijgt hij eervol ontslag uit zijn betrekking van gemeente-geneesheer. Deze brief is getekend door H. W. van den Berg, voorzitter en M. Boekhout, wethouder. Beekhuis was toen 70 jaar, op 3 februari 1939 is hij overleden. In zijn overlijdensadvertentie staat: “Dokter Beekhuis was een zeer gezien persoon en stond bij jong en oud in hoog aanzien; altijd was hij bereid te helpen, zowel met raad als met daad.”

 

Maaike Klunne

 

Gemeentelijke Begraafplaats Schiermonnikoog

De website is voor u gemaakt met behulp van vrijwilligers en mede tot stand gekomen dankzij een subsidie van de provincie Fryslân