Geslacht:
vrouw
Naam:
Bertha Jacoba Teensma
Echtgenote van:
Gerard Pieter van Heijningen
Geboortedatum:
23-12-1915
Geboorteplaats:
Amsterdam
Overlijdensdatum:
28-01-2014
Overlijdensplaats:
Schiermonnikoog
Type:
Graf
Grafrij:
21
Grafnummer:
28 (Monument)

Bertha Jacoba Teensma

Bep van Heyningen-Teensma (1915-2014) “Een eigenzinnige dame met een brede belangstelling”


Bertha (Bep) Jacoba Teensma wordt op 23 december 1915 in Amsterdam geboren. Ze komt uit een geslacht van eilander zeelieden.


Voorgeschiedenis 


De vader van Bep, Melle Teensma, is de derde zoon van de op Schiermonnikoog geboren Riekert Teensma (1846 -1918) en Aafke Fenenga (1850 – 1935). Wanneer Riekert op 18 november 1880 trouwt is hij stuurman. Melle wordt op 9 oktober 1884 geboren en heeft nog twee oudere broers: Ruurd (1881) en Jeppe (1882).


Melle gaat naar de openbaar lagere school, aan de Nieuwestreek, waar Frederik Hendrik Gasau (1856) de hoofdonderwijzer is. Melle hoeft niet lang na te denken wat hij wil worden. Net als zijn beide broers wil hij de familietraditie voortzetten en het zeegat uit. Nadat hij lichamelijk is goedgekeurd, volgt hij in de jaren 1902-1905 aan de zeevaartschool op Schiermonnikoog de vooropleiding en daarna de tweejarige opleiding. Na afloop vaart hij als stuurmansleerling bij de Koninklijke Stoomvaart Maatschappij (KNSM) te Amsterdam. In de jaren 1908-1909 en 1912 haalt hij op het eiland ook zijn stuurmansrangen. Daarna trouwt hij op 3 oktober 1913 met Tietje Ekamp. Ze is op 28 oktober 1884 op het eiland geboren en eveneens afkomstig uit een geslacht van zeelieden. Wanneer Melle trouwt vaart hij als kapitein op een van de schepen van de KNSM. Kort daarna verhuist het jonge paar naar Amsterdam, de stad waar immers zijn maatschappij gevestigd is. In Amsterdam wonen ze in de Javastraat, later in de Watergraafsmeer.


Een rebellerend meisje


In Amsterdam wordt op 23 december 1915 hun dochter Bertha (Bep) Jacoba geboren. Haar ouders vernoemen haar naar Betje Edes Karst (1852-1940), haar grootmoeder van moederskant. Op 25 maart 1917 komt een tweede dochter die de voornaam krijgt van grootmoeder van moederskant, Aafke Fenenga. Bij haar geboorte blijkt deze dochter een hartafwijking te hebben. Ze trouwt in 1945 en krijgt in 1946 een zoon, maar overlijdt in 1951, amper 34 jaar oud, in het Academisch Ziekenhuis te Leiden.


Na acht jaar Amsterdam, volgt omstreeks 1923 een verhuizing naar Bussum. Daar bezoekt Bep de lagere school en volgt ze voortgezet onderwijs. Eerst aan de huishoudschool, daarna aan de ULO-school. In de jaren dertig doet ze, daar waar dit nodig is, huishoudelijk werk. Bep is intelligent, actief en zou een rebellerend meisje zijn geweest. Haar vader moet tijdens de oorlogsjaren de zee noodgedwongen vaarwel zeggen omdat zijn schip in 1941 in de haven van Vlissingen ten prooi valt aan oorlogsgeweld. Zijn maatschappij zet hem daarop op non-actief en het gezin moet voortaan, gezien zijn – beperkte aantal – vaarjaren, van een klein pensioen rondkomen.


Gerard Pieter, haar grote liefde


Eenmaal in Bussum maakt Bep kennis met Gerard Pieter van Heyningen. Hij is op 26 juli 1913 te Bussum geboren, bezoekt de ULO en daarna de MTS in Amsterdam-Oost. Als technisch tekenaar gaat hij aan het werk en, ambitieus als hij is, studeert hij in zijn vrije tijd net zo lang totdat hij als ingenieur is afgestudeerd en dat achter zijn familienaam mag zetten. Onder de dreiging van een nieuwe wereldbrand heeft op 6 juli 1939 te Bussum de trouwerij plaats. Gerard Pieter heeft een fors postuur en lichaamslengte en heeft als bijnaam de Witte van Heyningen. Hij ontwikkelt zich tot een expert op het gebied van de airconditioning. En dan met name die op schepen. Na hun trouwen woont het stel eerst in Rijswijk. Na de geboorte van hun dochter Tietia op 12 juni 1940 komt het oorlogsgeweld zo dichtbij dat ze besluiten naar Amsterdam te verhuizen. In het kader van de door de Duitse bezetter ingestelde Arbeitseinsatz wordt Gerard Pieter op transport naar Duitsland gezet en in machinefabrieken te werk gesteld. Tijdens deze tewerkstelling laat hij telkens, zo ongemerkt mogelijk, machines vast lopen.


Als inwoners van Amsterdam zijn ook de oorlogsjaren voor Bep, Gerard Pieter en hun dochter Tietia een tijd van zware beproeving: geen licht en warmte, uit een gaarkeuken dagelijks een minimale portie eten en hongertochten naar het platteland.


Op 3 september 1946 wordt hun gezin uitgebreid met zoon Tjark. In 1949 verhuist het gezin naar Bussum en trekt het tijdelijk in bij haar aldaar wonende ouders. Deze behuizing is echter beperkt. In 1950 verhuist het gezin naar de Naarderstraat in Laren. Na het overlijden van haar zus in 1951 nemen Bep en Gerard Pieter, Jaap, de zoon van de overleden zus, in hun gezin op. Tenslotte komt op 30 december 1957 nog een zoon die de naam Richard krijgt.


Zomers altijd naar Schiermonnikoog


Pas in 1947 is het weer veilig om vakanties op Schiermonnikoog door te brengen. Vanaf dat jaar brengt Bep met haar kinderen bijna alle zomers zes weken op het eiland door. Dat is voor allen een feest. Als voorbereiding worden vooraf steeds grote manden met linnen- en beddengoed met Van Gend & Loos opgestuurd. Deze vakanties zijn ware familiereünies van vele andere families van eilander origine, die ook elders aan de vaste wal wonen.


Haar man blijft al die tijd doorwerken en voegt zich zo nu en dan een weekendje bij hen. Hij kondigt zijn komst vooraf aan met een telegram dat op een drafje en welluidend door Cornelia Visser wordt aangekondigd en afgegeven. Over de afwezigheid van haar man tijdens deze vakanties heeft Bep nooit geklaagd. Eerzuchtig als ook zij is, wil ze namelijk ook dat hij het ver brengt in zijn werk.


Voor vakanties op het eiland huurt Bep steeds aan de Langestreek het (halve) huis van Lena de Boer, met nog bedsteden. Deze verblijft zelf aan de noordzijde van dit huis. Boordenvol dierbare herinneringen denken Bep en haar kinderen aan deze zomers terug. Er wordt veel op uitgetrokken en onderweg brengt Bep haar kinderen kennis, maar vooral ook liefde en respect, voor de natuur bij. Ze kent haast alle planten en bloemen, die ze op hun dagelijkse tochten tegenkomen, bij naam.


Bouwen, leren en werken


Gerard Pieter wordt directeur van de in Amersfoort gevestigde Bronswijk, die Stork later overneemt. Hij verblijft voor zijn werk veel in het buitenland en reist dan met name naar Spanje en Amerika. Vervolgens is hij, maar dan veel later, divisiedirecteur van de Verenigde Machinefabrieken te Utrecht, met maar liefst drieduizend personeelsleden. Hij groeit uit tot een voorbeeld van standvastigheid en wilskracht. Zoals bij zoveel families na 1945, moet er gebouwd, geleerd en gewerkt worden. Deze levensinstelling hebben ook hun kinderen meegekregen en zich eigen gemaakt. Bep beschikt over een uitstekend organisatietalent en dit komt in de thuissituatie bijzonder goed van pas. Alles is altijd op tijd en goed voor haar kinderen en haar man geregeld. Begaan is ze ook met kinderen die het minder getroffen hebben. Ze verleent praktische hulp en fungeert als een soort Alma Mater. Mede door haar regelende aanpak in de thuissituatie kan haar man zo'n succesvolle carrière maken. Naast hun werk- en thuissituatie zijn beiden ook maatschappelijk ingebed in hun woonplaats Laren. Samen zijn ze actief in een Bijbelclub, volgen VU-lezingen in de plaatselijke bibliotheek en rijden paard, Bep echter niet zo lang. Bovendien is hij, naast zijn drukke baan, bestuurslid van de machinefabriek Helpman te Groningen waarvan Henk Visser[1] directeur is, maakt deel uit van het bestuur van de plaatselijke protestantse kerk en is medeoprichter van een verzorgingstehuis voor alle gezindten. In 1978 wordt Gerard Pieter 65 jaar en gaat hij met pensioen.


Start van een nieuwe levensfase op het eiland


Tijdens al die jaren blijft Schiermonnikoog het eiland bij uitstek om, aan de Langestreek, tot rust te komen en bij te tanken. Na het overlijden van Lena de Boer in 1971 komt het gehele huis beschikbaar en besluiten Bep en Gerard Pieter dit te kopen. Na aankoop heeft een grondige verbouwing plaats, waarbij de typerende eilander bouwstijl intact blijft.


Meer dan voordien verblijven beiden een langere tijd op het eiland. Na enige jaren wordt Gerard Pieter echter ernstig ziek en overlijdt in 1986 op 73-jarige leeftijd. Bep voelt zich in het grote huis en dito tuin in Laren niet meer geheel op haar gemak en besluit een jaar later definitief naar Schiermonnikoog te verhuizen om er, op haar leeftijd, een nieuwe levensfase te starten. Van die beslissing heeft ze geen moment spijt gekregen. Bep heeft inmiddels door de jaren heen al met zoveel eilanders, en nog op het eiland levende familieleden, kennis gemaakt, dat ze na aankomst op het eiland zich al spoedig opgenomen voelt. Ze maakt gemakkelijk contact, is een mensenmens bij uitstek. Bovendien deelt ze met vele (oudere) eilanders, uit overlevering en eigen ervaring, een rijk palet aan verhalen en anekdotes en kan daarover met gezag vertellen.


Het verblijf op het eiland biedt Bep mogelijkheden om tot een volledig mens uit te groeien. Zowel op individueel als op maatschappelijk niveau grijpt ze de mogelijkheden aan om erbij te horen, deel van het geheel te zijn. Ze wil niets missen, van de partij zijn. Het eiland wordt al spoedig haar thuis. Ze wordt lid van de Kunstcommissie die geregeld op het eiland concerten en tentoonstellingen organiseert en treedt daarbij bovendien, samen met Agaath Tammes, als gastvrouw op; maakt deel uit van een eetclubje dat eenmaal in de zes weken bij hotel Van der Werff dineert; is bovendien ook deelnemer aan een andere eetclub, de club van Rome genoemd, waarmee zij in totaal vijf buitenlandse reizen maakt; levert een kritische en eigenzinnige, bijdrage in de maandelijks in de bibliotheek te organiseren literaire avonden rondom een te behandelen boek; is altijd stipt op tijd, behoort tot de trouwe bezoekers van alle vanaf de herfst van 2002 door het Internationaal Kamermuziek Festival georganiseerde concerten


Voor menigeen die haar bezoekt fungeert ze als een vraagbaak die graag vertelt over bijvoorbeeld de situatie op het eiland voor en na de Tweede Wereldoorlog, over de positie van vrouwen op het eiland en aan de vaste wal, over de ontwikkeling van het christendom (ontstaan, overlevering en vertaling), de Dode Zeerollen enzovoorts.


Blijf zo lang mogelijk jong van uiterlijk en geest


In alles wat ze doet, blijft Bep zichzelf. Ze heeft standpunten, volgt een eigen koers waar ze niet of nauwelijks van af te brengen is, maar weet zo nodig wel te relativeren. Bovendien is ze uitgerust met een helder verstand, heeft de gave van een analytisch vermogen, is bovenmatig nieuwsgierig en spelt dagelijks de krant. Ook politiek blijft ze zeer betrokken en op de hoogte van de actualiteit.


Met het ouder worden stelt zij in toenemende mate prijs op bezoek, maar dat kan pas vanaf 9.00 uur ‘s morgens bij haar langskomen. Ze staat namelijk elke dag vroeg op, kleedt zich als een dame die er mag zijn en besteedt elke dag veel aandacht aan haar uiterlijk, eet tussen de bedrijven door het een ander, neemt plaats bij het raam en is klaar voor het bezoek. Is er geen bezoek dan leest ze de krant en lost ze cryptogrammen op met binnen handbereik alle hulpmiddelen die hiervoor nodig zijn. Ze houdt de regie over haar leven zo lang mogelijk zelf, wil zelfstandig blijven wonen en zo mogelijk ook haar tuin blijven onderhouden. De discipline die ze elke dag opbrengt om zichzelf en haar uiterlijk goed te blijven verzorgen, is voor haar een poging om zo lang mogelijk jong van uiterlijk en geest te blijven. Haar verjaardag, op 23 december, betekent elk jaar een toeloop van vele mede-eilanders die deze dag samen uitbundig met haar vieren en dat is voor haar het bewijs hoe ze door velen op het eiland op handen gedragen wordt.


Tenslotte toch van het leven verzadigd


Met het bereiken van de leeftijd van de zeer sterken, nemen geleidelijk toch haar krachten af en (hinderlijke) kwaaltjes toe. Bovendien krijgt Bep in haar omgeving te maken met tal van mensen die haar ontvallen. Het lijkt er zelfs op dat ze als een van de weinigen van haar generatie achterblijft. Er groeit hierdoor een gevoel van overbodigheid, ze voelt zich niet langer begrepen ondanks alle lieve mensen die haar trouw blijven omringen en zo nodig dagelijks te hulp schieten. Hoe vaak zegt ze niet de laatste jaren dat het voor haar genoeg is geweest, dat ze van het leven verzadigd is? Maar gelijktijdig blijft ze nieuwsgierig naar wat er misschien morgen of overmorgen gaat gebeuren, dan zou zij er niet meer bij zijn.


De laatste paar weken vindt de verzorging niet meer in haar eigen huis plaats, maar bij Marja Dijkema in haar behuizing op het Martjeland. Maar ook dan geeft ze duidelijk aan dat ze toch zoveel mogelijk de regie over haar leven in eigen handen wil houden.


Ze verlangt tenslotte naar het einde, heeft er vrede mee. Dat einde komt voor haar in de slaap. Bep overlijdt op 28 januari 2014 op 98-jarige leeftijd. Op 4 februari wordt ze onder grote belangstelling in de Got Tjark herdacht en vervolgens begraven.


Met dank aan Agnès Barnhoorn die op 13 april 2004 een gesprek heeft gevoerd. Bovenal veel dank aan Tietia van Heyningen, haar dochter, die haar toespraak tijdens de begrafenis ter beschikking stelde en zo vriendelijk was met veel geduld een niet geringe lijst vragen te beantwoorden. 


 


 


 

Gemeentelijke Begraafplaats Schiermonnikoog

De website is voor u gemaakt met behulp van vrijwilligers en mede tot stand gekomen dankzij een subsidie van de provincie Fryslân